Ondervoeding

 

 

Wat is ondervoeding en wat zijn de oorzaken?

Ondervoeding betekent dat je lichaam niet genoeg voedingsstoffen binnenkrijgt om goed te functioneren. Dit kan leiden tot gewichtsverlies, verlies van spierkracht, verminderde weerstand en vermoeidheid. Ondervoeding komt niet alleen bij ouderen voor; ook zieke mensen, mensen met eetproblemen of eenzijdige voeding kunnen het krijgen.

 

Iemand met ondervoeding heeft niet altijd een te laag gewicht (ondergewicht) Ook met een goede BMI kan je nog steeds ondervoed zijn!

 

 

Oorzaken van ondervoeding kunnen zijn:

  • Verminderde eetlust door ziekte, medicijnen of stress

  • Moeite met kauwen of slikken

  • Ziekten die opname van voedingsstoffen beperken (bijv. diarree, darmziekten)

  • Eenzijdige voeding of sociaal isolement

 

Bij ziekte is het belangrijk om alert te zijn op ondervoeding. Dit geldt bijvoorbeeld bij kanker, dementie, COPD, de ziekte van Parkinson, hart- en vaatziekten en infecties. Tijdens ziekte kan de voedingsinname lager zijn, terwijl de behoefte aan voedingsstoffen juist hoger is. Daardoor kan gewone voeding vaak niet meer voldoende zijn.

Ook ouderen lopen een groter risico op ondervoeding. Ze zijn vaker ziek, bewegen minder en hebben minder energie nodig dan vroeger. Hierdoor kan het lastiger zijn om via de voeding alle benodigde voedingsstoffen binnen te krijgen.

 

Hoe herken je ondervoeding?

Met een BMI-meter kun je controleren of je ondergewicht hebt, wat een belangrijk kenmerk van ondervoeding is. Maar let op: Ook onbedoeld snel gewichtsverlies kan wijzen op ondervoeding. Je hoeft dus niet persé een lage BMI te hebben! Zo kunnen mensen die 90 kg wegen ook ondervoeding hebben. Snel gewichtsverlies met een hogere BMI kan soms aanlokkelijk klinken, maar is voor het lichaam niet de bedoeling. Je komt immers voedingsstoffen te kort met gevolgen als verminderde spierkracht en een lagere weerstand.

 

Iemand wordt als ondervoed beschouwd wanneer er minstens één kenmerk én één oorzaak van ondervoeding aanwezig is.
Ook mensen met een normaal gewicht of zelfs overgewicht kunnen ondervoed zijn.

 

Kenmerken van ondervoeding

1. Ondergewicht

Een te laag gewicht (ondergewicht) wordt vastgesteld met de Body Mass Index (BMI). De criteria zijn als volgt:

  • Volwassenen tot 70 jaar: BMI < 20

  • Volwassenen van 70 jaar en ouder: BMI < 22

  • Aziatische volwassenen tot 70 jaar: BMI < 18,5

  • Aziatische volwassenen van 70 jaar en ouder: BMI < 20

 

2. Onbedoeld gewichtsverlies speelt een rol in de criteria voor ondervoeding:

  • >5% onbedoeld gewichtsverlies in de afgelopen 6 maanden of 
  • >10% onbedoeld gewichtsverlies in langere periode (> 6 maanden)

 

3. Lage spiermassa

Naarmate we ouder worden, neemt de spiermassa geleidelijk af. Wanneer er daarnaast sprake is van ondervoeding — vooral een tekort aan eiwitten — kan dit verlies sneller gaan dan normaal voor de leeftijd.
De spiermassa kan worden beoordeeld door spierkracht en lichaamssamenstelling te laten meten.

 

Oorzaken van ondervoeding

1. Verminderde voedingsinname of voedingsopname

 

  • Langer dan 1 week minder dan de helft van de gebruikelijke hoeveelheid voeding binnengekregen.

  • Langer dan 2 weken minder voeding binnengekregen dan normaal, ongeacht hoeveel minder dit precies is.

  • Een chronische maagdarmaandoening die de voedselinname of -opname negatief beïnvloedt.

 

 

2. Ziekte

Aanwezigheid van een acute ernstige ziekte, trauma of chronische ziekte met ontsteking.

 

 

Gevolgen van ondervoeding

Ondervoeding ontstaat wanneer je lichaam langdurig te weinig energie, eiwitten en andere voedingsstoffen binnenkrijgt. Dit kan ernstige gevolgen hebben voor je gezondheid en dagelijks functioneren:

  • Verminderde weerstand: je wordt sneller ziek en herstelt langzamer van infecties of blessures.

  • Spierverlies en krachtvermindering: dit kan leiden tot verminderde mobiliteit en een verhoogd risico op vallen.

  • Vermoeidheid en concentratieproblemen: minder energie om dagelijkse taken uit te voeren of te sporten.

  • Vertraagd herstel bij ziekte of operatie: wondgenezing en herstel van ziektes gaan langzamer.

  • Tekorten aan vitaminen en mineralen: zoals ijzer, vitamine D en calcium, wat kan leiden tot bloedarmoede, botproblemen en andere gezondheidsklachten.

  • Gewichtsverlies: verlies van vet en spiermassa kan leiden tot een verzwakt lichaam.

 

 

Wat kan een diëtist betekenen?

Een diëtist kan helpen bij het opsporen en behandelen van ondervoeding. Dit kan door:

  • Persoonlijk voedingsadvies op maat

  • Het samenstellen van een energie- en eiwitrijke voeding

  • Tips voor maaltijdplanning en supplementen indien nodig

  • Begeleiding bij gewichtsopbouw en herstel van spierkracht

Door vroegtijdig advies van een diëtist in te schakelen, kunnen klachten verminderen en herstel worden versneld.

 

Het is niet altijd gemakkelijk om voldoende en gezond te eten. Daarom is altijd het advies bij ondervoeding: neem contact op met een diëtist! De basis van de ondervoeding is altijd heel persoonlijk en moet ook persoonlijk en op de juiste manier worden aangepakt. Afhankelijk van de ernst van de ondervoeding kan met een diëtist een keuze gemaakt worden voor energie- en eiwitverrijkte voeding, eventueel aangevuld met vitamine- en mineralensupplementen, extra drinkvoeding of volledige drink- of sondevoeding.